Een natuurpark dat een heel stuk Middellandse Zeekust inneemt, zonder massatoerisme en lelijke appartementsblokken? Welkom in het Parque Natural de Cabo de Gata, in het uiterste zuidoosten van Spanje! Nu, stel je bij natuurpark vooral niet iets groens voor. Cabo de Gata is een grotendeels vulkanisch stuk rots met een grillige en afwisselende kust van strandjes en inhammen en rare rotsformaties in allerlei kleuren.
De naam komt waarschijnlijk van de agaat die er vroeger gedolven werd, maar letterlijk betekent Cabo de Gata ‘poezenkaap’.
De gebied is het warmste van het Iberisch Schiereiland (het jaargemiddelde is 19°C) en het droogste van heel Europa. Behalve in de lente, tenminste als het veel geregend heeft, is het een heel dor gebied. In het hinterland van de kaap liggen, behalve een vulkanische bergketen, gebieden van halfwoestijn. Tegen de kust in het westen van het natuurpark liggen grote zoutpannen, ook de thuis van flamingo’s en andere vreemde vogels.
Juist omdat het gebied zo droog en onherbergzaam is, is het nooit zo ontwikkeld geworden als de rest van de Spaanse costa’s, en is het grotendeels op tijd beschermd geworden als natuurgebied. Het is nog altijd dunbevolkt en hier en daar zijn er verlaten dorpen, waar vroeger (goud)mijnen waren. De woestijn en de kust vormden ook het decor voor een aantal films, vooral spaghettiwesterns, maar ook een paar scènes in Lawrence of Arabia, en Indiana Jones.
Om in het natuurpark te komen moet je, vanuit Almería, door een extreem lelijk gebied vol plastieken serres. De ajuinen en tomaten die we in de winkel vinden, komen al wel eens uit deze kasten, die het natuurpark bijna letterlijk omsingelen.

Te voet en met de bus
Het natuurpark Cabo de Gata is op het eerste zicht moeilijk te bereizen zonder auto. De busverbindingen gaan allemaal vanuit Almeria naar de verschillende dorpen en kustplaatsjes in het park. Maar tussen de kustplaatsen onderling rijden er geen (of nauwelijks) bussen. Dat maakt het voor wandelaars een wat lastige bestemming.
Maar de oplossing is eenvoudig. Neem de bus naar een plaatsje ergens in het noorden of het zuiden van de kustlijn, wandel de kust af en overnacht onderweg in de kustplaatsjes, en neem op het einde opnieuw de bus richting Almería. Dat kan prima, want de afstanden tussen de dorpjes zijn beperkt. Neem enkel het nodige mee in je bagage: tenzij je echt in de winter wandelt, hoef je niet zoveel mee te nemen.
Ik vloog op Almería en nam daar de volgende dag de bus naar Carboneras, even ten noorden van het natuurpark. Op het einde van mijn tocht nam ik een bus in het minidorpje La Fabriquilla (Las Salinas) richting Almería. Ik stapte uit aan een halte (Universitario Laboral) dichtbij de luchthaven van Almería, zodat ik niet eerst nog naar de stad moest. Wat puzzelen met de uren en dagen van vluchten en de mogelijkheden van het openbaar vervoer is een must. Buslijnen worden in Spanje door verschillende private firma’s uitgebaat.
Route? Welke route?
De kustlijn wordt in principe gevolgd door de GR 92, de Sender Mediterraneo, maar die bestaat in dit stuk van Spanje (vooralsnog?) alleen op papier; alleen in Catalonië, Murcia en stukjes rond Malaga bestaat dit pad al echt. Verwacht hier geen wit-rode markeringen. Hier en daar zijn wel routes gemarkeerd in blauw en wit, maar toen ik er in 2014 was kon ik eigenlijk alleen vertrouwen op wat vooraf gedownload en niet al te gedetailleerd kaartenmateriaal. Daardoor liep ik een aantal keren niet helemaal de juiste richting uit. Niet alle paden zijn even duidelijk, en door de soms diep ingesneden kustlijn is het niet altijd zo helder hoe je verder moet lopen. Écht verloren lopen zal je hier niet doen, daarvoor is de zee te dichtbij. Hier en daar moet je een bredere (al dan niet geasfalteerde) weg nemen, met name rond de eigenlijke kaap van Cabo de Gata, maar verder loop je vooral op kleine paden.
Google Maps is nog altijd hopeloos wat voetwegen betreft, maar via Open Street Map (en een app zoals Maps.Me, die ook zonder internetverbinding werkt als je de kaarten downloadt) kan je je route makkelijk plannen en onderweg (her)bekijken.
Voor wie is deze wandeltocht een aanrader?
Voor wie graag langs de kust wandelt, en vooral voor wie wandelen moeiteloos wil combineren met een duik (of twee, drie) in de zee. Je komt onderweg tientallen baaien tegen waar je kan zwemmen of in de zon liggen. Buiten het hoogseizoen is het bovendien erg rustig en is op veel plekken een badpak een overbodig accessoire. Je wandelt eerder van baai tot baai en dus zelden voor lange tijd écht langs de zee, het is eerder voortdurend heuvel op en heuvel af.
Voor wie graag een tocht in lijn loopt, maar weinig bagage wil meedragen. Er is voldoende accommodatie onderweg, de afstanden zijn klein, en warme kleren zijn behalve in de winter niet echt nodig. Neem wel regenkledij mee, voor alle zekerheid. 😉 Door de kustlijn af te wandelen, omzeil je ook de beperkingen van het openbaar vervoer in de streek, dat eerder vanuit Almería naar de kust gaat, maar de kustplaatsjes onderling niet verbindt.
De afstanden tussen de dorpjes zijn klein. Ik wandelde zelden meer dan 15 kilometer, omdat ik wandelen wou combineren met zwemmen waar me dat leuk leek (en omdat ik een week gevuld wilde krijgen!). Wie langere afstanden wil doen, kan bijvoorbeeld op één dag van Carboneras naar Las Negras, en de volgende dag naar San José: dan blijf je rond de 25 kilometer wandelafstand en heb je halverwege tussenin een dorpje om te eten of voor bevoorrading. De hoogteverschillen blijven al bij al beperkt, al is het hier en daar wel stevig klimmen en afdalen naar de baaien. De warmte maakt het natuurlijk lastiger; veel drinken meenemen is een must. Onderweg is vaak geen schaduw te vinden.
Voor geologen is dit vulkanische gebied met allerlei soorten stollings- en afzettingsgesteenten ongetwijfeld een paradijs.
Wil je onderweg veel groen zien, ga dan vooral ergens elders. Wat palmen, agaven en prikkende steppeplanten zorgen nog voor het meeste groen. Vroeg in het voorjaar zie je wel meer bloempjes en als je echt wil wandelen en het weer een beetje meezit, is dit waarschijnlijk het beste seizoen.
In de zomer is het zonder meer te warm om echt te wandelen. Maar hou ook buiten de zomer rekening met de warmte en het gebrek aan schaduw. ♦