De Camí de Cavalls is een pad dat de volledige kust van Menorca volgt. Het ontstond geleidelijk aan vanaf de veertiende eeuw, maar het duurde tot de zeventiende eeuw voor het pad echt heel het eiland omspande. Het pad was bedoeld om de kust van Menorca te bewaken; er kwamen een twintigtal uitkijktorens langsheen de kust, waarvan er nu nog enkele goed bewaard zijn. Tegelijk hadden alle inwoners van het eiland een recht van vrije doorgang op het pad, ook al liep dat vaak over de grond van private herenboerderijen (finca’s).
Die vrije toegang kwam erg onder druk in de twintigste eeuw, en grote delen van de Camí verdwenen. Met de democratisering van Spanje in de jaren tachtig kwam stilaan weer aandacht voor de waarde van het pad en van het recht op vrije doorgang. Een ferme inspanning in het begin van de 21ste eeuw zorgde uiteindelijk voor het terug openstellen en het bewegwijzeren van het hele pad rond Menora in 2010. De Camí de Cavalls is meteen ook de GR223-route.

Menorca was lange tijd een feodale maatschappij. Het land rond de herenboerderijen raakte doorheen de tijd in steeds kleinere stukjes opgedeeld. Daar kan je moeilijk naast kijken op Menorca: er zijn ontelbare stenen muurtjes die de stukken land van elkaar scheiden, en ook de Camí passeert door 120 private finca’s.
Je gaat dan ook langs honderden houten poortjes die je van het ene stuk land in het andere brengen en die ook het vee moeten op hun plaats houden. Ze maken integraal deel uit van de charme van de Camí; ze zien er allemaal quasi identiek uit. Het ‘piep-klak’-geluid van de vanzelf dichtvallende poortjes is op sommige stukken dé manier om te weten of er nog andere wandelaars in de buurt zijn.

Wandelen op de Camí de Cavalls
De Camí de Cavalls is zo’n 185 kilometer lang. Officieel is pad het in 20 etappes ingedeeld. De bewegwijzering gaat in beide richtingen en is extreem goed. Elke honderd meter staat er wel een paaltje, en regelmatig zijn er wegwijzers die de afstanden (in kilometer) naar nabijgelegen bestemmingen aangeven. Het pad volgt grotendeels echt de kust, maar gaat hier een daar een stukje landinwaarts om ontoegankelijke stukken kust of te grote omwegen (landtongen) te vermijden.
Anders dan op grote zus Mallorca zijn er geen bergen op Menorca; het hoogste punt op het eiland is amper 342 meter boven de zeespiegel, en op de Camí de Cavalls kom je niet hoger dan 120 meter. Als je de hele Camí doet, maak je wel meer dan 3500 meter hoogteverschil. De noordkust is het lastigste en ruigste stuk.
De route is veel afwisselender dan je ook maar zou kunnen vermoeden en de natuur is vaak prachtig. Enkele etappes lijken minder interessant omdat ze meer bebouwd en toeristisch zijn: het zuidoosten van het eiland (etappes 18, 19 en 20), de kustplaatsjes in het noordoosten (etappe 4) en de bebouwde westkust rond Ciutadella (etappes 11 en 12). Het officiële begin van de GR223 (etappe 1) loopt Mao uit via een grote verkeersader waar voor voetgangers geen plaats is gemaakt; een afgrijselijk stuk waar hopelijk ooit een alternatief voor komt.
De Camí de Cavalls is behoorlijk populair bij trailrunners. Wie zot is kan elk jaar meedoen aan de ultramarathon rond het hele eiland (dat moet dan in maximaal 40 uur); watjes kunnen kiezen voor enkel de noordelijke of (voor extreem zachte watjes) de zuidelijke helft. Of je kan iets dergelijks ook rustiger aan doen in drie etappes in duo. Ook mountainbiken kan prima op veel stukken.
Praktisch
De meeste stukken van de GR223 zijn vrij goed bereikbaar met het openbaar vervoer vanuit Mao of Ciutadella; dat geldt zeker voor de zuidkust. Langs de noordkust wandelen, stelt wel logistieke problemen. Tussen Cala Morell in het westen en Cala Tirant (bij Fornells) meer naar het oosten, kan je nergens (officieel) overnachten langs of in de buurt van de Camí. Er is ook geen bevoorrading mogelijk, al is er halverwege wel een waterbronnetje. Dat is een stuk van 36 kilometer, uiteraard ook het lastigste deel van heel de GR223. 🙂 Zonder eigen vervoer is de etappe wel nog vijf kilometer in te korten, dankzij de bushalte in Algaiarens, 5 km van Cala Morrell; dan moet je natuurlijk wel rekening houden met de uren van de bussen. Verder rijden er, zelfs in de zomer, geen bussen naar dit deel van het eiland.
Buiten de zomer is er een gelijkaardig probleem voor het oostelijke stuk tussen Maó en Port d’Addaia: ook hier geen bushaltes, al zou je wel kunnen overnachten in Es Grau. Ook dit stuk is zo’n 30 kilometer, maar het is minder lastig en als je in Mao overnacht, kan je zo vroeg vertrekken of zo laat aankomen als je wil.
De buslijnen zijn in Menorca in handen van een paar commerciële maatschappijen, maar alle buslijnen vind je hier verzameld. Welke wandelingen en welke start- en eindpunten haalbaar zijn, is een heel gepuzzel, ook omdat de dienstregeling van de lijnen meerdere keren per jaar verandert. Veel lijnen rijden bijvoorbeeld minder of zelfs nog niet in mei. In mijn voorbereiding had ik veel aan het feit dat de dienstregeling van vorige seizoenen voor elke lijn ook terug te vinden was.
Je kan ook een beroep doen op de taxi. Er is alleen een centraal telefoonnummer voor heel Menorca, maar dat verbindt je met een centrale in Madrid, dus moet je al heel goed kunnen uitleggen wat je precies wil; ik heb er veel slechte commentaren over gelezen. Wel staan er in principe taxi’s aan bijvoorbeeld het busstation in Maó en aan de Plaça del Pins in Ciutadella.
Verder kan je je reis helemaal laten organiseren zodat je aan het einde van een etappe opgehaald kan worden en je bagage van de ene plek naar de andere vervoerd wordt.
Ik bestelde vooraf online de uitstekende en mooi uitgegeven gids El Camí de Cavalls: la vuelta a Menorca en 10 días; deze gids is ook verkrijgbaar in het Engels, Catalaans, Frans en Duits. De etappes staan uitgebreid beschreven – al is dat op zich niet nodig, maar er staat ook best veel achtergrondinformatie in, en de detailkaartjes zijn zeker bruikbaar. Er zit ook een uitneembare kaart in, maar die is minder bruikbaar op de wandelingen zelf. ♦
